Lange zinnenin stukjes hakken in mijn training Taalniveau B1

Alleen korte zinnen is ook niks!

In mijn taalniveau-B1-trainingen zetten mijn deelnemers hun tanden vooral in hun eigen teksten. Zoals bij het maken van korte zinnen:

“Voor personen die geïndiceerd zijn als bedoeld in de Wsw of die een geldende Wsw-indicatie hebben en ten aanzien van wie het UWV heeft geadviseerd dat deze niet in staat is tot begeleid werken in het kader van de Wsw, geldt dat het UWV zonder nader onderzoek een positief advies beschut werk aan het college verstrekt. (Artikel 3 lid 4 Besluit advisering beschut werk)”

64 woorden telt ie! Volgens de regels van taalniveau B1 is het maximum 12. Nou hoeft dat niet zó strikt, maar laten we eens kijken in hoeveel korte zinnetjes je deze zin zou kunnen opsplitsen.

Stap 1:

Hoeveel gedachten of boodschappen zitten er in de zin? Gedachten dus, of boodschappen, die je ook als losse zin zou kunnen schrijven? Hieronder staat het antwoord, maar als je eerst zelf eens goed kijkt, op hoeveel kom je dan?

Ik kom op 7 afzonderlijke gedachten:

  1. Voor personen die geïndiceerd zijn als bedoeld in de Wsw
  2. of die een geldende Wsw-indicatie hebben 
  3. en ten aanzien van wie het UWV heeft geadviseerd
  4. dat deze niet in staat is tot begeleid werken in het kader van de Wsw
  5. geldt dat het UWV een positief advies beschut werk aan het college verstrekt
  6. zonder nader onderzoek
  7. (artikel 3 lid 4 Besluit advisering beschut werk)

Stap 2:

Probeer deze 7 afzonderlijke boodschappen nu eens in gewone-mensentaal om te schrijven. Bijvoorbeeld zo:

  1. Heeft iemand een Wsw-indicatie?
  2. [Dit is dubbelop: geïndiceerd zijn/indicatie hebben. Dus deze laten we weg.]
  3. En heeft het UWV bepaald…
  4. dat deze persoon niet begeleid kan werken? [‘in het kader van Wsw’ is dubbelop]
  5. Dan adviseert het UWV aan het college om hem of haar beschut werk aan te bieden.
  6. Daar is geen onderzoek voor nodig.
  7. Dit staat in artikel 3, lid 4 van het Besluit advisering beschut werk.

Stap 3:

En nu alles achterelkaar, zodat het een mooi aaneengesloten geheel wordt, dat leest lekkerder. Alleen is het dan een alinea geworden in plaats van één zin.

“Heeft iemand een Wsw-indicatie? En heeft het UWV bepaald dat hij of zij niet begeleid kan werken? Dan adviseert het UWV aan het college om hem of haar beschut werk aan te bieden. Daar is geen onderzoek voor nodig. Dit staat in artikel 3, lid 4 van het Besluit advisering beschut werk.”

Wat denk je hiervan? Leest lekkerder toch? En sneller. Bovendien staat alles erin wat erin moet staan.

Stap 4:

Kan het nog duidelijker? Volgens mij wel. Want wat wil je nou eigenlijk zeggen? Ik denk dit:

“Heeft het UWV bepaald, dat iemand niet begeleid kan werken? En heeft hij of zij een Wsw-indicatie? Dan moet de gemeente hem of haar beschut werk aanbieden. Dat adviseert het UWV dan aan de gemeente en daar is verder geen onderzoek voor nodig. Dit staat in artikel 3, lid 4 van het Besluit advisering beschut werk.”

Zo zijn het vijf zinnen geworden. De langste is 16 woorden, strikt genomen te lang voor taalniveau B1:

Dat adviseert het UWV dan aan de gemeente en daar is verder geen onderzoek voor nodig.”

Hij zou natuurlijk tweeën kunnen, maar alleen korte zinnen is ook niks, leest ook niet lekker. Liever dan maar twee aan elkaar geplakt. Voor de afwisseling!