Categorie archief: Geen categorie

Alles kan op alle taalniveaus!

Van gewonemensenjargon naar gemeentejargon naar juristenjargon

Kijk, nog een voorbeeld. Van gewonemensenjargon naar gemeentejargon naar juristenjargon. Allemaal dezelfde inhoud, nét wat anders verwoord. Leuk toch?

Voor het gewonemensenjargon (B1)

zet ik meestal stiekem mijn overbuurvrouw op het hoekje van mijn bureau. Ze is 75 en helpt mij, behalve hiermee, ook nog wekelijks met de schoonmaak van mijn huis. Ik lees haar dan eens voor wat ik heb geschreven. Zie ik haar bedenkelijk kijken, of moet ik het nog een keer, en dan wat langzamer, voorlezen, dan moet ik nog even verder broeden op dit jargon.

Voor het gemeentejargon (C1)

zet ik graag even een bureau van de sociaaldomeinconsulenten in mijn kantoor. Mét klant. Ik trek een consulentengezicht en dan lees ik de regels van de Participatiewet hardop voor. Handig hoor, als je die dan maar één keer hoeft te lezen en ze meteen snapt. Mijn klant heeft dan vaak ook niet veel uitleg meer nodig.

Voor het juridistenjargon (C2)

Tja, juristenjargon houd ik liefst helemaal intact. Want voor juristen is dat waarschijnlijk toch het begrijpelijkst. Dat werd me duidelijk, toen ik eens de toga van een rechter uitprobeerde.

Volg op 22 mei een open training Begrijpelijk schrijven!

Gewoon de training Begrijpelijke brieven en e-mails schrijven, die ik al zo vaak incompany gegeven heb. Die kun je nu ook bij mij in Ede volgen!

Meld je aan via karin@castecom.nl of 06 4025 2027.

De precieze plek in Ede hoor je nog. Er is plaats voor 8 deelnemers. We starten op 22 mei om 9.30 uur, en gaan door tot uiterlijk 15:00 uur. Kosten: € 275,00 p.p.

Wat leer je in die training?

  • Je leert schrijven op taalniveau B1. Dus eenvoudige, concrete woorden en korte, actieve zinnen. Met tips en tools erbij.
  • En je leert wat dat is, taalniveau B1. En de andere taalniveaus.
  • En je leert hoe je je lezer positief stemt, dat is handig bij bijvoorbeeld klachtenbehandeling.
  • Je krijgt tips om te zorgen dat je lezer zich persoonlijk aangesproken en gezien voelt. En hoe dit bijdraagt aan de begrijpelijkheid.
  • En tips om de informatie in je brief zo te structureren, dat je lezer aangehaakt blijft.      

22 mei dus. Je bent van harte welkom!

Excuses voor een zin uitgewerkt naar gewone-mensentaal

Ai, ik moet excuses maken… Plus nu van mijzelf een zin naar gewone-mensentaal.

Ik bied mijn excuses aan. Aan mijn volgers en likers, maar vooral aan Babette Bosman (Bosman Communicatie).

Het gaat om het stukje dat ik vorige week deelde: “Alleen korte zinnen is ook niks!” Het zin die ik daarin uitwerk naar gewone-mensentaal, heb ik uit een training geplukt die ik vorig jaar gaf. Maar die training gaf ik samen met Babette en nu realiseer ik me dat zij het voornamelijk was, die dat voorbeeld destijds uitwerkte. Ere wie ere toekomt.

Hieronder een ander voorbeeld uit diezelfde training.

Ook deze zin is er een van onze klant zelf. Enne, deze uitwerking is van mij. Nu wel!

Dit is de zin, hij is nog langer dan de voorbeeldzin in het vorige artikel: 89 woorden!

“Het college biedt de voorziening beschut werk aan aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en deze persoon een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, of recht heeft op arbeidsondersteuning als bedoeld in artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.”

Stel dat je aan de hand van deze zin wilt checken of je jouw cliënt beschut werk moet aanbieden.

Hoe vaak moet je ‘m dan lezen? Zouden we dat makkelijker voor je kunnen maken? Ik denk het wel. Oké, daar gaan we weer: Drie stappen. Plus een vierde.

Stap 1: Eerst alle afzonderlijke gedachten, of boodschappen, onder elkaar

Hoeveel zie jij er? Ik zie er 9 (!):

  1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan
  2. aan een persoon van wie is vastgesteld dat
  3. deze alleen in een beschutte omgeving,
  4. onder aangepaste omstandigheden
  5. mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft
  6. en deze persoon een uitkering ontvangt
  7. op grond van “wet a, wet b, …, of wet x, “
  8. of recht heeft op arbeidsondersteuning
  9. als bedoeld in artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Stap 2: Stuk voor stuk omzetten in gewone-mensentaal.

Of we maken ze in elk geval wat vlotter te doorgronden. Bijvoorbeeld zo:

  1. Wanneer geeft de gemeente iemand beschut werk?
  2. Als bepaald is dat die persoon
  3. alleen maar in een beschutte
  4. en aangepaste omgeving
  5. kan werken.
  6. En als die persoon een uitkering heeft
  7. volgens:
  • de Werkloosheidswet;
  • de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
  • of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.

8. Óf als die persoon recht heeft op hulp bij zijn of haar werk,
9. volgens artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Stap 3: Van zin naar losse gedachten naar alinea

Vervolgens zetten we deze gedachten achterelkaar, zodat het een alinea wordt. Dan is het dus geen zin meer, maar een alinea. In dit geval een alinea met opsommingen (‘bullets’), voor de helderheid:

“Wanneer geeft de gemeente iemand beschut werk? Dat kan in twee situaties:

1. Als bepaald is dat die persoon alleen maar in een beschutte en aangepaste omgeving kan werken, én een uitkering heeft volgens:

  • de Werkloosheidswet;
  • of de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
  • …;
  • of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.

2. Of als die persoon recht heeft op hulp bij het werk, volgens artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.”

Stap 4: Nog duidelijker wordt het als je de volgorde omkeert

Dan is namelijk de afstand tussen de twee hoofdvoorwaarden kleiner, en daardoor beter te overzien.

“Wanneer geeft de gemeente iemand beschut werk? Dat kan in twee situaties:

1. Als die persoon recht heeft op hulp bij het werk, volgens artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

2. Of als bepaald is dat die persoon alleen maar in een beschutte en aangepaste omgeving kan werken, én een uitkering heeft volgens:

  • de Werkloosheidswet;
  • de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
  • …;
  • of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen. “

Strikt genomen zou het kunnen dat deze interpretatie niet juist is

Dat de ‘en’ en de ‘of’ in punt 1 en 2 zich verkeerd tot elkaar verhouden. Dat kan een belangrijk punt zijn in juridisch Nederland!
Deze interpretatie kan namelijk ook:

“Wanneer geeft de gemeente iemand beschut werk?

1. Als bepaald is dat die persoon alleen maar in een beschutte en aangepaste omgeving kan werken,

2. én die persoon daarbij

a. óf recht heeft op hulp bij het werk, volgens artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,

b. óf een uitkering heeft volgens:

– de Werkloosheidswet;

  • de Werkloosheidswet;
  • de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
  • …;
  • of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen. “

Wie vertelt me hoe het zit?

Lange zinnenin stukjes hakken in mijn training Taalniveau B1

Alleen korte zinnen is ook niks!

In mijn taalniveau-B1-trainingen zetten mijn deelnemers hun tanden vooral in hun eigen teksten. Zoals bij het maken van korte zinnen:

“Voor personen die geïndiceerd zijn als bedoeld in de Wsw of die een geldende Wsw-indicatie hebben en ten aanzien van wie het UWV heeft geadviseerd dat deze niet in staat is tot begeleid werken in het kader van de Wsw, geldt dat het UWV zonder nader onderzoek een positief advies beschut werk aan het college verstrekt. (Artikel 3 lid 4 Besluit advisering beschut werk)”

64 woorden telt ie! Volgens de regels van taalniveau B1 is het maximum 12. Nou hoeft dat niet zó strikt, maar laten we eens kijken in hoeveel korte zinnetjes je deze zin zou kunnen opsplitsen.

Stap 1:

Hoeveel gedachten of boodschappen zitten er in de zin? Gedachten dus, of boodschappen, die je ook als losse zin zou kunnen schrijven? Hieronder staat het antwoord, maar als je eerst zelf eens goed kijkt, op hoeveel kom je dan?

Ik kom op 7 afzonderlijke gedachten:

  1. Voor personen die geïndiceerd zijn als bedoeld in de Wsw
  2. of die een geldende Wsw-indicatie hebben 
  3. en ten aanzien van wie het UWV heeft geadviseerd
  4. dat deze niet in staat is tot begeleid werken in het kader van de Wsw
  5. geldt dat het UWV een positief advies beschut werk aan het college verstrekt
  6. zonder nader onderzoek
  7. (artikel 3 lid 4 Besluit advisering beschut werk)

Stap 2:

Probeer deze 7 afzonderlijke boodschappen nu eens in gewone-mensentaal om te schrijven. Bijvoorbeeld zo:

  1. Heeft iemand een Wsw-indicatie?
  2. [Dit is dubbelop: geïndiceerd zijn/indicatie hebben. Dus deze laten we weg.]
  3. En heeft het UWV bepaald…
  4. dat deze persoon niet begeleid kan werken? [‘in het kader van Wsw’ is dubbelop]
  5. Dan adviseert het UWV aan het college om hem of haar beschut werk aan te bieden.
  6. Daar is geen onderzoek voor nodig.
  7. Dit staat in artikel 3, lid 4 van het Besluit advisering beschut werk.

Stap 3:

En nu alles achterelkaar, zodat het een mooi aaneengesloten geheel wordt, dat leest lekkerder. Alleen is het dan een alinea geworden in plaats van één zin.

“Heeft iemand een Wsw-indicatie? En heeft het UWV bepaald dat hij of zij niet begeleid kan werken? Dan adviseert het UWV aan het college om hem of haar beschut werk aan te bieden. Daar is geen onderzoek voor nodig. Dit staat in artikel 3, lid 4 van het Besluit advisering beschut werk.”

Wat denk je hiervan? Leest lekkerder toch? En sneller. Bovendien staat alles erin wat erin moet staan.

Stap 4:

Kan het nog duidelijker? Volgens mij wel. Want wat wil je nou eigenlijk zeggen? Ik denk dit:

“Heeft het UWV bepaald, dat iemand niet begeleid kan werken? En heeft hij of zij een Wsw-indicatie? Dan moet de gemeente hem of haar beschut werk aanbieden. Dat adviseert het UWV dan aan de gemeente en daar is verder geen onderzoek voor nodig. Dit staat in artikel 3, lid 4 van het Besluit advisering beschut werk.”

Zo zijn het vijf zinnen geworden. De langste is 16 woorden, strikt genomen te lang voor taalniveau B1:

Dat adviseert het UWV dan aan de gemeente en daar is verder geen onderzoek voor nodig.”

Hij zou natuurlijk tweeën kunnen, maar alleen korte zinnen is ook niks, leest ook niet lekker. Liever dan maar twee aan elkaar geplakt. Voor de afwisseling!

Moeilijke woorden wolk

Moeilijke woorden? Mmwa…!

Vaak heb je niet eens in de gaten dat er tussen jouw ‘gewone’ ook moeilijke woorden zitten. Je gebruikt ze zelf immers de hele dag door. Op je werk dan toch, met je collega’s. Het is je voertaal geworden, doorspekt met jargon en misschien echt ambtelijke, of zelfs ouderwetse woorden.

Maar nu wil je een tekst schrijven die ook minder leesvaardige mensen liefst meteen begrijpen.

Hoe herken je die moeilijke woorden dan?

Een paar tips. Gratis.

Tip 1
Vraag het bij de buurtbarbeque  aan je overbuurman van 86.

Een simpele vuistregel: woorden die je tegen deze aardige meneer niet zou gebruiken, zet je ook niet in je tekst. Zet de beste man daarom, als je je tekst hebt geschreven,  op je bureau. In gedachten, hè? En lees je tekst aan hem voor. Zou hij het snappen? Dan weet je dat je goed zit. Wel eerlijk zijn!

Heb je geen overbuurman van 86? Dan neem je iemand anders. Als t maar iemand is tegen wie je normaal gesproken moeilijke woorden weglaat.

Je kunt je woorden ook gewoon even checken!

Daar zijn een aantal handige websites voor.

Dus waarom zou je het laten? Wees tamelijk pietluttig. Onderzoek, zeker in het begin, ook woorden die je eigenlijk niet (maar heel misschien toch) verdenkt. Een waarschuwing is op zijn plaats: dit kan een kleine verslaving worden, je krijgt al snel de neiging om élluk woord even op te zoeken. Maar toch, voor wie zich weet te beheersen (of niet), een paar handige websites dus

Tip 2
ishetb1.nl 
(van LvE)

Je voert een woord of term in en krijgt meteen het oordeel: B1 (niet te moeilijk) of niet-B1 (wel te moeilijk). Blijkt je term niet-B1 (= te moeilijk)? Dan krijg je meestal ook bruikbare alternatieven. Bovendien staat er waaróm hij te moeilijk is.

Nadeel: de site is vrij jong en er is best kans dat je misgrijpt. Vooral jargonwoorden vind je er nog niet altijd.

Maar als je wilt kun je die wel toevoegen. Al dan niet met wat zelfbedachte eenvoudiger alternatieven erbij. Ben je je collega’s in het hele land mee van dienst. Een team van professionals achter ishetb1.nl beoordeelt vervolgens het nieuwe woord met de alternatieven. Als je wilt krijg je per e-mail bericht over hoe je woord op ishetb1.nl is opgenomen: als B1 (niet te moeilijk), of als niet-B1 (wel te moeilijk). In het laatste geval mét de reden daarvan, en zijn eenvoudige alternatieven, als die er zijn.

Tip 3
Synoniemen.net

Een heerlijke site, een bijna onuitputtelijke bron aan synoniemen. Om eindeloos in te spitten en nog dieper te wroeten. Met telkens weer een uitgebreid arsenaal aan betekenissen van een woord.

Nadeel: er staat niet bij of een woord eenvoudig genoeg is voor minder leesvaardige mensen. Twijfel je daarover? Dan check je het gewoon nog ff op ishetb1.nl. Of zoekeenvoudigewoorden.nl

Tip 4 
Tekstnet.nl/ambtenarentaal/

Het Ambtelijk Woordenboek van Wouter de Koning is  tegenwoordig opgenomen op Tekstnet.nl – de site van de beroepsvereniging van tekstschrijvers. Je vindt daar trouwens ook nog andere handige schrijftips voor ambtenaren. Voorheen was het een zelfstandige website.

Tip 5 
Zoekeenvoudigewoorden.nl

Leuk: je kunt kiezen: A2 of B1. B1 is het leesniveau van een heel groot deel van de Nederlanders. En A2 van een kleinere groep nóg minder leesvaardige mensen. Inburgeraars bijvoorbeeld, die nog net niet geslaagd zijn voor het inburgeringsexamen.
Nadeel: Deze site geeft geen eenvoudiger alternatieven. Ook niet als je checkwoord te moeilijk blijkt voor het leesniveau waarop je checkt.

Tip 6
Check je hele tekst op taalniveau

Er is ook nog een tool op accessibillity.nl waarop je jouw tekst, of een stuk ervan, kunt copy-pasten. Eén klik – en de tool bepaalt voor welk taalniveau je tekst geschikt is. Ideaal! Hier vind je die tool: accessibility.nl/kennisbank/tools/leesniveau-tool

 


Bonus: als je nou ook nog…

Al die mooie concrete en snel te interpreteren woorden alléén maken nog geen glasheldere tekst. Er is meer.

…zoveel mogelijk steeds hetzelfde woord voor hetzelfde gebruikt (tip 7)

Lijkt misschien saai, maar je minder leesvaardige lezers help je enorm met een beperkte  woordenrijkdom in je tekst. Jezelf trouwens ook: hoef je niet verder te zoeken. Dikke kans trouwens, dat je boodschap zelf al meer dan genoeg kleur heeft, om er toch een mooie tekst van te kunnen maken. Wissel hiervoor bijvoorbeeld korte en langere zinnen af. In een volgend blog ga ik hier dieper op in.

…figuurlijke woordspelingen vermijdt (tip 8)

Ook lastig, we hebben nauwelijks in de gaten dat we ze gebruiken, zo zijn ze ingesleten in ons dagelijks taalgebruik. En bij “Iedereen draagt zijn steentje bij” kan ook iemand die wat minder leesvaardig is, zich met wat visualisatievermogen misschien nog wel iets voorstellen. Maar bijvoorbeeld met “De knoop doorhakken” of  “In de regel” scheep je met name mensen voor wie Nederlands niet hun moedertaal is, op met onneembare obstakels. Vermijd je ze dus zoveel mogelijk. Schrijf gewoon hun betekenis uit.

…afkortingen ff uitschrijft (tip 9)

Te zijner tijd, door middel van, onder andere. Dat leest fijner door. Met afkortingen zadel je je  lezers op met een struikelblok in de leesflow. Een hindernis. “Oempf! o, ehm, wat betekent dat, o ja…” En dan moeten zij (de minder leesvaardige in ieder geval, maar ook veel andere) veelal weer even beginnen met die zin, voor ze verder kunnen lezen.

Zo, nu kun je ze voor alleen heel speciale gelegenheden bewaren, die moeilijke woorden!

In mijn volgende blog vertel ik je van alles over zinnen. Lengte, bouw, dat soort dingen. Niet moeilijk hoor, als je het eenmaal weet kun je het meteen gebruiken.

WOW!-effect bij gemeentelijke Wmo-beschikkingen

Het WOW!-effect van de nieuwe gemeentelijke Wmo-beschikkingen

Zojuist vroeg iemand: “Ik hoor net van je kantoorgenoot dat jij teksten van gemeentes simpeler schrijft, of zoiets?” Hij keek er zo wazig bij, dat ik er maar eens een voorbeeld bij pakte. Een oude en een nieuwe briefversie, naast elkaar. Hij tuurde over mijn schouder mee naar het scherm.

Bekijk het voorbeeld dat ik liet zien.

“Waat?!” zei hij, “Het briefonderwerp    ‘Wmo, beëindiging voorziening i.v.m. wijziging omstandigheden’     vertaal jij als:    ‘Uw rolstoel wordt opgehaald’   ??”
“Jaaa. Dat is waar deze brief eigenlijk over gaat. Voor de lezer dan toch.

Hij las even verder. “Hm ja, je hebt gelijk. Maar dan moet je de brief wel eerst  lezen. Pas daarna snap je dat ze met ‘voorziening’ de rolstoel bedoelen. En dat “beëindiging voorziening” het ophalen ervan betekent. ”

Even later, wijzend naar de nieuwe briefversie: “Dat snap je meteen, wat daar staat.  En het is duidelijk. Wat je moet weten dus. Met die brief ben je blij. Want nu weet je dat alles goed geregeld is.  Meteen na één keer lezen.”

“Die oude, daar moet je echt goed je hoofd bij houden, zeg! Daar zie je niet meteen, waar ze het over hebben. Moet je eerst een paar keer lezen. Dan ga je denken, wat zit daar allemaal nog achter? Wat snap ik nog meer niet? Zoals bij ‘kleine lettertjes’, met stiekeme intrappers. Eigenlijk vertrouw je het niet helemaal. Irritant toch?”

“Wat scheelt dat veel! ”

Hij was helemaal enthousiast! En ik dus ook. YES!!
Dat wilde ik even met je delen.

Bekijk het voorbeeld dat ik liet zien.

Wat wil jij voor brieven voor jouw klanten?

Helder, transparant en aan je lezer gericht? Of een puzzel, mistig en eigenlijk vooral duidelijk voor jouzelf?

Wat een vraag!

Laat mij je helpen om je belangrijke teksten, waar je nu niet zo tevreden over bent, duidelijker te maken. En prettig leesbaar. Kort, krachtig en concreet.

Gun je klanten heldere tekst!

Neem contact op!

 

Vrouw die beschikkingen leest

Nieuwe Wmo-beschikkingen voor de gemeente. Of eigenlijk voor haar klanten natuurlijk.

Ze zijn alweer een tijdje in gebruik, die nieuwe Wmo-beschikkingen die ik voor die gemeente  herschreef. Misschien al wel een half jaar. De medewerkers daar keken er eerst een beetje raar van op. Maar al gauw kreeg ik in een mailtje dit:

“… Collega’s  worden trouwens steeds enthousiaster over de nieuwe beschikkingen. Dat wil ik je ook nog even laten weten.”

En dit:

” … Ook zo fijn dat cliënten nu begrijpelijke brieven krijgen. Wij waren er al wat blind voor geworden.”

Bekijk eens een kort voorbeeld van zo’n herschreven beschikking. 

In de nieuwe staat trouwens hetzelfde in als in de oude. Alleen het woordgebruik is een stuk eenvoudiger en de zinnen korter en actiever. Bijvoorbeeld zo:

  • oude versie: “… De Wlz-instelling waar u woont, is verantwoordelijk voor het verstrekken van deze voorziening(en). …”
  • Nieuwe versie: “… U krijgt dan een rolstoel van deze instelling. …”

En de volgorde van de informatie is meer op de interesse van de lezer afgestemd: aan het begin van de brief dat wat ie in ieder geval wil weten. En pas verderop de uitleg. Omdat die er nu eenmaal niet altijd voor iedereen evenveel toe doet. Ook handig voor een lezer die wat sneller afhaakt (omdat ie bijvoorbeeld gewoon niet zo van lezen houdt).

Die heeft dan het belangrijkste in ieder geval al binnen.

En onderaan de brief de aanvullingen die nu eenmaal per se moeten. Bijvoorbeeld de  wetten waar het besluit op is gebaseerd voor de juridische waterdichtheid. Allemaal op een kluitje in één alinea en met een duidelijke kop erboven. Dat is overzichtelijk.

Kan je lezer snel beslissen of ie het interessant genoeg vindt om te lezen

Het begin – de inleiding – hoe je die formuleert, bepaalt voor een groot deel de belangstelling van je lezer voor de rest van je brief.  Net als de eerste zin van de eerste alinea ná de inleiding. Maar daar krijg je een andere keer een blog over. Binnenkort start ik met een serie blogs – elke editie een ander aspect van Jip-en-Janneketaal. Taalniveau B1 dus. De eerste gaat over moeilijke woorden.

Tot later!

 

Chill

De zon die zomert maar door. Dat noopt mij tot chillen onder mijn kastanjeboom in de tuin.  Volgende week is het  officieel herfst, dat versterkt die dwang nog eens.

Ik ben ondernemer en dus mag ik zelf bepalen wanneer ik werk. Je zou denken, “dat wordt chillen en van werken komt niks.”

Maar zo gaat het dus niet. Want ik ben ondernemer en ik mag – dus moet- zelf bepalen wanneer ik werk. Het immense plichtsgevoel dat dat met zich meebrengt maakt dat chillen onder mijn kastanjeboom in werkelijkheid betekent: werken. En ervoor zorgen dat dat chill is. En dat is het ook, uiteindelijk…

Chill, werken onder mijn kastanjeboom! Wat zou de kastanjeboom vinden?

 

Taalniveau B1 is Cool!

Nederlands op taalniveau B1 – ik ben er een fan van. Mooi kort, krachtig en concreet. Vlot te lezen. Toegankelijk, transparant – je boodschap glashelder. Nog meer wensen?

Je getuigt van respect voor je lezer. Dat wekt vertrouwen. En daarmee kom je al snel vriendelijk, sympathiek over.  Verkoopt dus veel beter.

Taalniveau B1 heldere aansprekende tekstTaalniveau B1 is cool

Zóó zonde van al die andere woorden
Die moeilijkere woorden. Die taalrijkdom die je dan niet gebruikt. Dat vind ik soms ook wel een beetje jammer, ja. Maar voor mij is worstelen met taal dan ook een feestje. En daar blijft nog genoeg gelegenheid voor.

Trouwens, taalniveau B1 is ook rijk. Rijk aan communicatie!

Enne, volgens  de ” Research-Proven Tricks That Make You Seem Smarter Than You Are” van :
“True intelligence speaks for itself, so you don’t have to show off your impressive vocabulary. In addition, you always run the chance of being wrong. Using a big word incorrectly makes you look, well, not so smart. So, if you want to appear more intelligent, just focus on communicating effectively.”

Maar het gaat niet om mij, of om jou. Het gaat erom hoe jij jouw klant bereikt.
En daarvoor is taalniveau B1 bijzonder sympathiek. Voor wie?

  • Voor jou. Omdat iedereen jouw boodschap begrijpt.
  • Voor de lager-geletterden onder ons, omdat zij jouw boodschap meteen begrijpen. Zonder dat eeuwige geworstel.
  • Voor de wat hoger-geletterden onder ons, omdat ze jouw tekst zo verrassend snel  ‘doen’. Die nemen jouw boodschap als een zoet broodje.

We hebben tenslotte allemaal nog meer te doen.

Taalniveau B1 dus
En dan precies zó dat het jóúw klant aanspreekt. Daarmee verkoop jij beter.

Vertel mij wat jij van taalniveau B1 vindt!

‘Koud Bellen 2.0’: Hogere telefonische acquisitie

Koud Bellen 2.0. Dat biedt Petra Smit aan met haar groeiende bedrijf AllTelemarketing. ‘Koud Bellen 2.0’ betekent dat een goede relatie, een klik met je prospect is belangrijker is dan verkopen. Zodat je oprecht naar een win-win kunt zoeken. Dan moet je je dus goed voorbereiden op zo’n telefoongesprek.

maxresdefault

Cowork-day met Petra Smit, AllTelemarketing
Hoe je dat doet leerde Petra ons in een workshop tijdens de Cowork-day afgelopen donderdag bij het CvJO. Elke maand is er bij CvJO-Ede een gratis Cowork-day voor ondernemers uit Ede en omstreken. Als ondernemers delen we dan iets van onze professionele kennis. In een workshop bijvoorbeeld. Meestal is er een lunch vooraf, en achteraf is er de netwerkborrel.

Tips en tricks voor Koud Bellen 2.0
Wijdbeens staan en glimlachen, dat is een goede strategie bij koud bellen. Want echt, dan kom je ook via de telefoon krachtiger en vriendelijker over. En daarbij hanteer je natuurlijk een goede openingszin, waarin je uitlegt wat jij voor je klant kunt oplossen.

Het obstakel van de gedachte dat je je prospects lastigvalt met je telefoontjes tackelt Petra resoluut. Kwestie van mindset. Je wilt ze immers helpen? Je hebt iets te bieden waar je ze blij mee maakt. Dat moet je jezelf goed inprenten.

Kleine stapjes – voor je prospect én voor jezelf
Tja, dat zakkende humeur na een aantal succesloze telefoontjes. Want 35% van je prospects is nu eenmaal niet geïnteresseerd. En dat hakt er in. Wat helpt is bijvoorbeeld een moodboard aan de muur, met iets dat je blij maakt. En dagelijks een lijstje met álle succespuntjes die je wél hebt bereikt. Dat kan al zijn dat je de naam te weten bent gekomen van degene die eigenlijk moet hebben.

Reken vooral op meerdere telefoongesprekken per prospect. Het overgrote deel van je prospects is misschien geïnteresseerd. Dus die moet je ‘bewust maken van hun behoefte’. Met kleine stapjes. Een goede relatie, een klik met je prospect blijft het belangrijkste.

Hartelijk dank aan Petra Smit van AllTelemarketing!

De volgende Cowork-day zorgt Jaap Jansma voor een lezing over ‘Samenwerken in Open Source’. Wil jij daarbij zijn? Stuur dan een mailtje naar info@cvjoede.nl. Dan krijg je persoonlijk een uitnodiging voor deze Cowork-day bij het CvJO in Ede.

 

Vervelende brieven… hoe voorkom je het grrr-effect? (tenminste een beetje)

 

Closeup of a young angry business man having a stress. Headache. Against gray background

Brieven in witte belastingenveloppen gaan over toeslag. Een tijdje geleden kreeg ik er zo één. En tsja, ik moet terugbetalen 🙁
Vandaag pak ik hem om dat even te regelen. Ik richt me gedwee op nummers, jaartallen, bedragen en voorwaarden, zucht…  Nog meer voorwaarden, dreigementen (wát!).   Onderaan de brief nog een bedrag.
En oh, op de achterkant nog meer tekst.
Pfff, wat een brij van informatie!

Het grrr-gevoel
Oké, ik moet dus € 81,- per maand betalen.
Voor welke datum moet dat betaald zijn, waar staat dat ook al weer? In die tabel aan het begin? Ik lees jaartallen en eindeloze beschikkingsgetallen.
Geen betaaldatum.
Eigenlijk niks wat ik nu nodig heb.

Verderop staat nog een tabel. Ik zie: “€ 81,- per maand (dat wist ik al), betaalkenmerk, … ”  Wéér geen datum! Waar staat die rotdatum nou?  Ik onderdruk een beginnend grrr-gevoel. Maar even bellen? Hm, eerst nog maar eens lezen.

Ah, daar staat ie, de datum. Midden tussen de tekst.

Maak je brieven helder!
Eén korte scan over een brief en zien waar dát staat wat je zoekt – Hoe fijn is dat! Niet dat ik dan ineens blijmoedig mijn geld naar de belastingdienst terugsluis, maar toch. Als ik vanwege zo’n brief in de actiemodus moet, helpt het zo als ik er niet steeds in verdwaal. Maar hoe krijg je dat voor elkaar?

Een paar tips:

Eerst natuurlijk een heldere inleiding
In de inleiding vertel je waar het over gaat. Dat kan kort. Je vertelt eigenlijk alleen op welke geschiedenis je reageert met je brief. Zo van: “Weet u nog? Toen en toen kreeg u dat en dat. En dat was teveel, dus dat moet u aan ons terugbetalen. En in deze brief leest u hoe wij willen dat u dat betaalt. En ook wat er met u gebeurt als u zich te lapzwanserig toont.”
Klaar.
Geen nieuwe informatie (of tabellen) hier!

En dan de brief zelf, geordend onder koppen!
Tja, tussenkoppen. Een opener deur bestaat nauwelijks. Maar in mijn brief van de belastingdienst staan ze niet.
Tussenkopjes zijn als stickertjes op de laden in een archiefkastje. Daarachter kan ik de getallenreeksen, betaalgegevens én desnoods dreigementen die ik nodig heb gemakkelijk terugvinden. Desgewenst besluit ik dan om de regels onder een kop als: ”U mag altijd méér betalen!” over te slaan. Handig toch?

Begin een alinea met het belangrijkste voor de lezer!
En vervolgens leg je die kernboodschap uit.
Misschien líjkt het logischer om eerst je verhaal te vertellen, met tot slot de conclusie, de clou, de ‘dus’.  Maar, dikke kans dat ik, als ik lees over banken die soms traag werken, zomaar denk: “Bóéiend, ik gebruik internet…,” en vervolgens de regels eronder oversla.

Maar! Dan mis ik, dat ík mooi wel hét doelwit van de bedreigingen ben als mijn betaling te laat is. Of dat nou door die bank komt of niet. Terwijl dát nota bene de grote ‘dus’ van die hele alinea is!
Dus liever begin je de alinea daarmee: met de ‘dus’. Best mogelijk trouwens dat ik dan toch, nieuwsgierig geworden, verder lees. Maar zo niet, dan heb ik die ‘dus’ al binnen.

Korte zinnen met simpele bewoordingen
Ik vind gelukkig geen uitgebreid en bloemrijk proza in mijn terugvorderingsbeschikking, ongeduldig als ik ben om dit klusje af te werken. Maar het zou evengoed fijner zijn, als mij na één keer (nou vooruit, twee keer) lezen van de passages (of de hele brief) al enigszins duidelijk was, wat men bedoelt met termen als ‘éénmalig uit te betalen bedragen toeslagen’ versus ‘nieuw toe te kennen toeslagen (voorschotten)’.

Mee eens, dat is een uitdaging! Én dan vind ik het nog steeds niet leuker. Maar zeker wel makkelijker. En dát scheelt ze daar bij de belastingdienst beslist een hoop klachtbehandelingen, herhaalbrieven en onnodige telefoontjes.