Vrouw die beschikkingen leest

Nieuwe Wmo-beschikkingen voor de gemeente. Of eigenlijk voor haar klanten natuurlijk.

Ze zijn alweer een tijdje in gebruik, die nieuwe Wmo-beschikkingen die ik voor die gemeente  herschreef. Misschien al wel een half jaar. De medewerkers daar keken er eerst een beetje raar van op. Maar al gauw kreeg ik in een mailtje dit:

“… Collega’s  worden trouwens steeds enthousiaster over de nieuwe beschikkingen. Dat wil ik je ook nog even laten weten.”

En dit:

” … Ook zo fijn dat cliënten nu begrijpelijke brieven krijgen. Wij waren er al wat blind voor geworden.”

Bekijk eens een kort voorbeeld van zo’n herschreven beschikking. 

In de nieuwe staat trouwens hetzelfde in als in de oude. Alleen het woordgebruik is een stuk eenvoudiger en de zinnen korter en actiever. Bijvoorbeeld zo:

  • oude versie: “… De Wlz-instelling waar u woont, is verantwoordelijk voor het verstrekken van deze voorziening(en). …”
  • Nieuwe versie: “… U krijgt dan een rolstoel van deze instelling. …”

En de volgorde van de informatie is meer op de interesse van de lezer afgestemd: aan het begin van de brief dat wat ie in ieder geval wil weten. En pas verderop de uitleg. Omdat die er nu eenmaal niet altijd voor iedereen evenveel toe doet. Ook handig voor een lezer die wat sneller afhaakt (omdat ie bijvoorbeeld gewoon niet zo van lezen houdt).

Die heeft dan het belangrijkste in ieder geval al binnen.

En onderaan de brief de aanvullingen die nu eenmaal per se moeten. Bijvoorbeeld de  wetten waar het besluit op is gebaseerd voor de juridische waterdichtheid. Allemaal op een kluitje in één alinea en met een duidelijke kop erboven. Dat is overzichtelijk.

Kan je lezer snel beslissen of ie het interessant genoeg vindt om te lezen

Het begin – de inleiding – hoe je die formuleert, bepaalt voor een groot deel de belangstelling van je lezer voor de rest van je brief.  Net als de eerste zin van de eerste alinea ná de inleiding. Maar daar krijg je een andere keer een blog over. Binnenkort start ik met een serie blogs – elke editie een ander aspect van Jip-en-Janneketaal. Taalniveau B1 dus. De eerste gaat over moeilijke woorden.

Tot later!